Plant een boom!

Onthoud dat elk boompje zijn eigen specifieke eisen heeft, en onderschat de keuze van de juiste plek niet. Fruitbomen hebben een zonnige standplaats nodig en sommige gevoelige soorten (perziken, abrikozen) ook een beschermde plek en doorlatende grond.

Houd er rekening mee dat elke boom en struik uiteindelijk zal groeien. Geef ze voldoende ruimte, zodat je ze later niet hoeft te verplanten.

Als je de plek hebt gekozen, graaf dan een kuil. De diepte moet precies goed zijn, zodat de wortels niet samengedrukt of gebogen hoeven te worden. Als de kuil te ondiep is, kunnen de wortels uitdrogen. Als hij te diep is, "stikken" de wortels en groeit het boompje langzamer. Voeg wat compost toe op de bodem van de kuil.

Het is goed om de wortels vlak voor het planten lichtjes in te korten en beschadigde wortels te verwijderen.

Let ook op de entplaats. De entplek moet ongeveer 10 cm boven het grondoppervlak blijven.

Kleinere boompjes hebben steun nodig. Plant samen met het boompje ook een paal in de kuil.

Druk ten slotte de grond bij de stam licht aan, geef water en verheug je op de oogst.