Graven of niet graven?

Op deze manier vragen in het Tsjechische bekken kan bijna als verraad worden beschouwd. Immers, het hele mythische fundament van onze natie is gebaseerd op het beeld van het spitten. Vorstin Libuše sprak ooit op Vyšehrad haar visie uit:

"Achter het dorp ligt een braakland - Daar ploegt uw toekomstige vorst met twee ossen. Die man heet Přemysl. Zijn nakomelingen zullen dit land regeren tot in de eeuwen der eeuwen…"

Spitten en ploegen

Spitten en ploegen – een methode die de mensheid al sinds prehistorische culturen kent – moet dienen om de grond los te maken en te beluchten, wat de opbrengst verhoogt doordat door de toegevoegde zuurstof de humus en mineralen in de bodem sneller afbreken. Planten krijgen de gewenste voedingsboost en hun opbrengst neemt daardoor toe. Naast de luchttoevoer is het spitproces natuurlijk ook het moment om stalmest, oogstresten of groenbemesting in de bodem te verwerken. Sommige taalkundigen beweren dat het ook gedeeltelijk de groei van onkruid tegengaat. Het beeld van een groen-gele tractor die kriskras door het landgoed ploegt, komt daarom voor de meeste mensen eigenlijk eerder idyllisch en heilzaam over.

Huidige gangbare praktijk op de velden

Maar moeten wij anderen, die op door collectivisatie niet samengevoegde percelen van totaal andere oppervlakten ter grootte van onze eigen tuin werken, deze methodes automatisch overnemen? Het is geen geheim dat de hedendaagse landbouw niet meer zonder massaal gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest kan. De veelzeggende aanduiding "kunstmest" associeert niet bepaald een natuurlijke benadering. De bodem is in de loop van de vorige eeuw eigenlijk slechts een houder geworden voor het gezaaide gewas, de bodem zelf hoeft geen garantie meer te bieden voor de opbrengst.

Er bestaat een alternatief

Wat betreft de ingeburgerde praktijk van landbouwers met hun zware machines, die hoeft ons – tuinders – toch niet te betreffen. Er komen namelijk steeds meer meningen en benaderingen (en die dringen vanuit Angelsaksische en Verre Oosterse landen ook tot ons door) die het spitten en omwoelen van de grond als bijna misdadig beschouwen. De bodem is namelijk de woonplaats van een ontelbaar aantal organismen en levende wezens, die we aan de ene kant wel bodembouwende factoren noemen, maar aan de andere kant verstoren we met onze regelmatige gymnastische oefeningen met de spade systematisch hun leven, verbanden en relaties.

Lang niet al deze bodembewoners zijn zo aanpasbaar als de springstaart en zo tastbaar en geliefd als de regenworm. Volgens deze niet-graaf doctrine wordt gezonde grond vanzelf losser en luchtig dankzij de kanaaltjes die door ringwormen worden gegraven, dankzij het woelen van duizenden andere soorten lagere organismen, insecten of de achtergebleven tunnels van wortels van afgestorven planten. Kanaaltjes waardoor ook vocht geleidelijk en diep kan doordringen, in plaats van verdichting en vorming van een moeilijk doorlatende korst van samengeperste klei, die we soms op akkers zien. Permacultuur en het daarmee verbonden mulchen is het antwoord op rugpijn van het omspitten van borders. En dat ondanks patriottische eerbied voor de erfenis van de gebroeders Veverka.

Ga daarom in november liever met warme thee bij de kachel zitten en houd uitkijk naar Sint-Maarten (geniet nu vooral van Sint-Maartenswijn). Pak deze maand de spade alleen vast als het nodig is om een gat te graven voor een nieuw te planten boom of struik. Zoals een van de eerdere bijdragen je aanraadt.